2011 Opstand in Syrië

wire

‘In 2011 begonnen Syrische burgers te demonstreren tegen het regime van president Assad. Ik nam met schoolkameraden en vrienden deel aan de protesten. Een betoging duurde vaak maar zes minuten. Dan weerklonken de sirenes van politiewagens en moesten we ons zo snel mogelijk uit de voeten maken.
De weerstand van het regime tegen de demonstraties groeide. Families moesten vluchten voor de gevechten en konden niet langer in hun onderhoud voorzien. Samen met een groepje vrienden besloten we hen te helpen.
We gingen in het geheim naar Turkije, om daar eten, medicatie, kledij en lakens in te slaan voor de getroffen families. Omdat de grensstreek militair bewaakt werd, moesten we deze tocht te voet ondernemen. We waren wel dertien uur onderweg, met slechts twee pauzes. Om Turkije binnen te geraken, moesten we een rivier oversteken via een smalle boomstronk.
Ik legde deze tocht vaak af, soms vier keer per maand. Als ik in Syrië was, moest ik steeds op mijn hoede zijn voor politie-invallen. Ik bleef ’s nachts wakker en zat klaar met stevige schoenen en een warme jas om eventueel te vluchten. Op een avond stond de politie voor de deur. Ik kon via een achterraam naar buiten vluchten, maar moest van de derde verdieping naar beneden springen. Ik brak mijn heup en bleef uren roerloos liggen, tot ik zeker was dat de politie me niet meer zocht.

Vrienden hielpen me naar Turkije te gaan, maar ik besefte dat ik daar geen toekomst had. In oktober 2014 vluchtte ik met een boot naar Italië.
Ik moest hiervoor 3000 euro betalen aan een mensensmokkelaar. Van Italië ging de tocht verder naar Frankrijk en België. Ik meldde me in Brussel bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen en werd ondergebracht in een asielcentrum in Manderfeld. Het was een klein centrum, waardoor de sfeer er vrij goed was. Maar het was wel erg ver van Brussel, waar ik twee keer op interview moest bij het Commissariaat-generaal. In februari 2015 kreeg ik een positief advies.
Ik ging in Antwerpen wonen en kon eindelijk de nodige medische zorgen krijgen. Ik begon Nederlands te leren en werd actief als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Samenlevingsopbouw en Merksem Dok. Zo leerde ik veel mensen kennen, Belgen en vluchtelingen. Via Skype kan ik contact houden met mijn familie. Stilaan bouw ik opnieuw mijn leven op in België.’

Mohamad Jouni vluchtte op negentienjarige leeftijd uit Syrië.

Mohamad Jouni
2011
Ghazi El-Rass

‘Het is heel belangrijk om hulp te bieden aan mensen in nood’

Naam: Ghazi El-Rass
Organisatie: Network for supporting the Syrian Peoplen

Foto © Sean Schievers

In 1969 ben ik uit Syrië vertrokken en via Frankrijk in België terecht gekomen. Al in mijn studententijd was ik erg actief in de Arabische studentenvereniging. Ook was ik betrokken bij een comité voor Palestina en een organisatie van arbeidsmigranten.

Mijn vader in Syrië leerde mij hoe belangrijk het is om hulp te bieden aan anderen. Meerdere keren per jaar deelde hij voedsel en andere spullen uit aan familieleden of vrienden die het moeilijk hadden.

Toen de oorlog in Syrië uitbrak in 2011 ben ik begonnen met het inzamelen van kleren, eten en medicijnen voor mijn landgenoten. Samen met een aantal heel betrokken en actieve mensen heb ik de groep Network for supporting the Syrian People opgericht. De organisatie is de afgelopen jaren flink gegroeid. Er zijn verschillende ploegen actief in Syrië die instaan voor de verdeling van de spullen. Inmiddels zijn er ook mensen in Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Frankrijk actief voor Network for supporting the Syrian People. We hebben al tientallen containers vol spullen verscheept en ook een aantal ambulances.

Sinds veel Syriërs naar België zijn gevlucht, hebben we het nog drukker gekregen. We proberen de vluchtelingen bij te staan in de asielprocedure. We zoeken mee naar geschikte huizen en goede scholen voor de kinderen. Veel vluchtelingen uit Syrië hebben psychische problemen. Ze hebben de meest vreselijke dingen meegemaakt.

Inmiddels bestaat onze hulpgroep al lang niet meer alleen uit Syriërs. Ook veel Belgen en mensen met een andere afkomst steunen ons werk. Het helpen van mensen in nood geeft ongelooflijk veel voldoening, veel meer dan werken om geld te verdienen. Wat er in mijn vaderland gebeurt, is afschuwelijk. Iedereen die zich het lot van mijn landgenoten aantrekt, ben ik eeuwig dankbaar. We hopen dat er snel vrede komt in Syrië.’

Ghazi El-Rass

‘Het geeft veel voldoening om te zien dat mensen dichterbij elkaar komen’

Naam: Nathalie Van den Eeden
Organisatie: Bredene ont-moet

Foto © Melissa Jacobs

Alles begon met de foto van de verdronken kleuter Aylan die met zijn ouders uit Syrië was gevlucht in het najaar van 2015. Ik zei tegen mijn buurvrouw: ‘Dit kan toch zo niet langer? Hier moeten we iets aan doen.’ We zijn spullen gaan inzamelen voor de vluchtelingen die in het tentenkamp in Calais zitten en de oversteek naar Groot-Brittannië willen maken. Iemand vertelde ons dat er ook veel vluchtelingen in soortgelijke omstandigheden in Duinkerken wonen. Een jaar lang zijn we elk weekend met kleren en eten naar Duinkerken gereden. De omstandigheden waarin de vluchtelingen leven, zijn mensonterend. Soms stonden we tot onze knieën in de vieze modder.

Steeds meer mensen sloten zich bij ons aan en het burgerinitiatief Bredene met een hart voor Vluchtelingen was een feit. Inmiddels hebben we ook een nieuw initiatief opgestart met de naam Bredene ont-moet. We willen iets positiefs doen voor mensen in een kwetsbare positie. We gaan niet meer elke week naar Duinkerken, maar hebben een ontmoetingscentrum opgericht waar we verschillende activiteiten organiseren zoals praattafels en gezamenlijke etentjes.

Onze droom is om de Vlamingen in Bredene en nieuwkomers dichtbij elkaar te brengen. Veel mensen hebben een totaal verkeerd beeld van de nieuwkomers. Ze denken dat het profiteurs zijn die allemaal van het OCMW leven en niet willen werken. Maar het zijn gewone mensen die juist keihard willen werken aan een beter leven voor zichzelf en hun kinderen.

Ik ben elk weekend in het ontmoetingscentrum. Als ik een week oversla, beginnen mijn kinderen die ook meegaan te mopperen. Het is een deel van ons leven geworden. We hebben er hechte vriendschappen opgebouwd met de andere vrijwilligers en de nieuwkomers. Het geeft veel voldoening om te zien dat mensen dichterbij elkaar komen te staan.

Inmiddels hebben we vijftien vaste vrijwilligers in het ontmoetingscentrum in Bredene. Daarnaast koken we ook elke zondag voor de transmigranten in Zeebrugge. Dan zijn we met een ploeg van dertig vrijwilligers.’