1933 Nazi Duitsland

Op 13 mei 1939 verlaten meer dan 900 Duitse joden nazi-Duitsland per schip. De Saint-Louis zet koers naar Cuba, vanwaar de passagiers – allen in het bezit van de nodige documenten – willen doorreizen naar de Verenigde Staten. Maar bij aankomst weigert de Cubaanse overheid hen de toegang. De boot moet noodgedwongen rechtsomkeer maken.

De pogingen om in Florida en enkele Centraal-Amerikaanse landen te ontschepen, mislukken. De kapitein zet terug koers naar Europa. Joodse hulporganisaties kunnen de Belgische overheid overtuigen om 214 passagiers op te vangen, op voorwaarde dat deze organisaties financieel instaan voor de opvang van de vluchtelingen. Ook Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië stemmen in met de opvang van opvarenden.

De meeste vluchtelingen proberen te emigreren, maar de snelle invasie door nazi-Duitsland verhindert dit. Veel van de voormalige opvarenden worden gedeporteerd en in vernietigingskampen vermoord.

In 1945 keren joodse Holocaustoverlevenden en vluchtelingen terug huiswaarts. Eenmaal thuis aangekomen, moeten ze vaak vaststellen dat hun woning is vernietigd of ingenomen door andere bewoners. De traumatische ervaringen en het sluimerende antisemitisme doen velen besluiten om Europa te verlaten. Ze worden vaak opgevangen in vluchtelingenkampen en kunnen vandaar verder reizen naar de Verenigde Staten of Israël.

Het antisemitische bewind van Hitler dwingt veel Duitse joden op de vlucht. In de periode 1933-1940 ontvluchten meer dan 300 000 joden nazi-Duitsland. Om deze vluchtelingenproblematiek te bespreken, komen in 1938 32 landen bijeen in Evian (Frankrijk). Deze conferentie brengt geen oplossing voor de vluchtelingencrisis. Elk deelnemend land benadrukt dat zijn opvangcapaciteit is bereikt en weigert de quota uit te breiden.