1991 Joegoslavische oorlogen

Omdat de Conventie van Genève geen bescherming voor oorlogsvluchtelingen voorziet, worden veel mensen op de vlucht voor oorlog niet als vluchteling erkend in België.
De oorlog die tussen 1992 en 1995 in Bosnië-Herzegovina woedt, brengt een massale vluchtelingenbeweging op gang. België besluit vluchtelingen uit ex-Joegoslavië op te vangen als ‘ontheemden’. Het ontheemdenstatuut biedt minder rechten en zekerheid dan het vluchtelingenstatuut. Maar mensen krijgen wel verblijfs- en arbeidsrecht. Aanvankelijk moet dit statuut regelmatig vernieuwd worden. In 1997 krijgen de Bosnische vluchtelingen de kans om hun verblijf te regulariseren en de Belgische nationaliteit te verwerven.

De juridische bescherming van oorlogsvluchtelingen blijft een pijnpunt. In 2004 verplicht de EU haar lidstaten om mensen op de vlucht voor gewapende conflicten, doodstraf en ernstige mensenrechtenschendingen juridisch te beschermen. In 2006 voert België daarom de subsidiaire beschermingsstatus in. Subsidiair beschermden krijgen enkel een tijdelijke verblijfsvergunning en minder sociale rechten. Na enkele verlengingen kan de juridische bescherming wel een permanent karakter krijgen.

Sanela Silkic

© Privéalbum Sanela Silkic.

Sanela Silkic vluchtte in 1992 uit Bosnië-Herzegovina voor de oorlog. Ze kwam in België terecht en kreeg het ontheemdenstatuut. Sanela vestigde zich in Gent en werd actief in Bosna vzw. Deze vereniging zet zich in voor Bosnische vluchtelingen, en wil Vlamingen kennis laten maken met de Bosnische cultuur.

‘Ik heb een paar foto’s en juweeltjes meegenomen van thuis. Ik ben vertrokken met de gedachte dat ik snel zou terugkeren. Ik had dus wat kleding bij en verder niets bijzonder. Achteraf bekeken heb ik daar spijt van.’

Sanela Silkic vluchtte in 1992 uit Bosnië.

‘In 1996 moesten we ons thuisland ontvluchten. Omdat we Albanese Kosovaren zijn, werden mijn vader en oom vervolgd door de Servische geheime dienst. Onze vluchtroute was lang en erg moeilijk. We maakten een tussenstop in Praag waar we ondergedoken leefden voor we onze vlucht konden verderzetten. We moesten er weken aan een stuk in een kleine ruimte leven. Ons eten raakte op. Mijn ouders hadden koeken en Sprite meegenomen. Dit hield ons in leven.
Wanneer ik me een dag minder goed voel, drink ik een Sprite en denk ik terug aan die moeilijke dagen. Dan besef ik hoe goed ik het in België heb en hoe gelukkig ik hier ben.’

Billy Berisha vluchtte in 1996 uit Servië en kwam na een lange en uitputtende tocht terecht in België. Zijn ouders werden als politiek vluchteling erkend.

Lees een tekst op schrijversweb.nl