1950 Conventie van Genève

In 1951 zijn de meeste naoorlogse vluchtelingen opgevangen, maar komt een nieuwe vluchtelingenbeweging op gang. Veel Oost-Europeanen ontvluchten het communistische bewind in hun thuisland.
Om de opvang van deze vluchtelingen in goede banen te leiden, wordt UNHCR (de VN-vluchtelingenorganisatie) opgericht. Deze organisatie brengt verschillende landen samen om de bescherming van vluchtelingen juridisch vast te leggen in de Conventie van Genève. Voor het eerst komt er een universele definitie van het begrip ‘vluchteling’:

Het verdrag bevat twee beperkingen: het geldt enkel voor mensen die hun land voor 1 augustus 1951 hebben verlaten, omwille van gebeurtenissen in Europa. België besluit deze geografische beperking niet toe te passen en vangt vluchtelingen – ongeacht hun herkomstland – op.
De Conventie van Genève is oorspronkelijk bedoeld als een tijdelijk instrument, maar zou zijn permanente nut snel bewijzen. In de jaren 60 worden beide beperkingen uit het verdrag geschrapt.
Het verdrag benoemt de rechten van vluchtelingen en schrijft voor hoe hun opvang moet verlopen. Bovendien wordt bepaald dat vluchtelingen niet teruggestuurd mogen worden naar een land waar ze worden vervolgd.

1951

‘Een vluchteling is een persoon die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zijn land ontvlucht.’

Conventie van Genève